Nieuws
Nieuwe muziek in Oslo
30.09.2010Het Nederlands Kamerkoor is een van de oprichters van Tenso, een samenwerkingsverband van Europese kamerkoren, dat zich inzet voor de vernieuwing en het levend houden van het repertoire voor kamerkoor.
Jaarlijks zoekt Tenso aansluiting bij een festival voor eigentijdse muziek ergens in Europa. Minimaal drie koren uit het Tenso-verband treden daar dan op, ook met elkaar.
Dit jaar traden het Lets Radio Koor, het Noors Solistenkoor en het Nederlands Kamerkoor op in het Ultima Festival in Oslo. Het Nederlands Kamerkoor had een flink aandeel in het geheel. Vrijdagavond 17 september gaven we een a-cappellaconcert onder leiding van de Letse dirigent Kaspars Putniņš met wereldpremières van Micha Hamel op gedichten van Erik Menkveld en de Servische componiste Isadora Zebeljan met fantasieteksten van haarzelf.
Bomen van Micha Hamel vroeg om een ongewone plaatsing van het koor in de zaal. Op het podium stonden een zangerskwartet en twee sprekers: de dichter zelf en een vrouw die commentaar gaf of interpreteerde, soms verbaasd, soms spottend, soms bewonderend of teleurgesteld (heel mooi vertolkt door Marleene Goldstein). De overige zangers stonden tussen het publiek – soms iedereen apart, soms ook gegroepeerd. Dit gaf een heel bijzonder effect, het trok de aandacht van het publiek en zal zeker ook het luisteren hebben beïnvloed. We waren omringd door ‘bomen’, zou je kunnen zeggen, of zoals iemand ons via Twitter schreef: “Ik vond het geniaal. Bij het derde deel viel bij mij het kwartje, dat ik in dat kozijn zat en de zangers het hout vormden”.
Foto van de repetitie van “Bomen” in het Muziekgebouw aan ‘t IJ
Door Hamels compositie werden we geïnspireerd om ook voor de andere werken heel bewust de plek in de kerk te kiezen. Met de Lamentationes Jeremiae van Thomas Tallis, de enige componist van vóór de 20ste eeuw op het programma, werd het concert sfeervol geopend op het hoger gelegen koor van de Grønland Kirke, een stuk verder weg van het publiek. Hiermee wilden we de ‘devotie’ die uit dat stuk sprak symboliseren, de afstand tussen de almachtige en de sterveling. Ook Antifona sul nome ‘Jesu’ van Giacinto Scelsi (waarin Jezus wordt aangeroepen) werd daar uitgevoerd. Die compositie leek heel eenvoudig: hoofdzakelijk unisono en de melodie wordt in grote lijnen steeds herhaald – maar juist door de kleine wijzigingen in de melodie vergde deze muziek veel van de concentratie van de zangers.
Tot slot werd het weergaloos mooie Tres Lamentationes van de Noorse componist Arne Nordheim uitgevoerd, samen met Det Norske Solistkor, onder leiding van Grete Pedersen. Dit jaar is een prijs voor jong Noors compositietalent ingesteld die de naam van de pas overleden Nordheim draagt. De Noorse Minister van Cultuur reikte deze prijs die avond voor de eerste keer uit.
De Antifona van Scelsi hadden we aan ons programma toegevoegd omdat dat de volgende dag werd gebruikt in een improvisatorisch werk van Maja Solveig Kjelstrup Ratkje voor drie versterkte koren, zes ‘noise musicians’ (vier elektrische gitaren en twee versterkte saxofoons) en groot orgel, waarin dus ook fragmenten van bestaande muziek verwerkt werden. Deze compositie, Crepuscular Hour, is geïnspireerd op dieren die tijdens de schemering actief worden. Zowel het koor als het publiek hebben dit uur behoorlijk intensief beleefd, zowel door de muziek als door de belichting en de rookmachines, waarbij we allerlei verschillende emoties doormaakten: van ergernis tot een soort ‘onthechte staat van zijn.’
Het programma met Hamel, Zebeljan, Scelsi, Nordheim en Tallis werd enige dagen na onze reis naar Oslo herhaald in Amsterdam en Utrecht, aangevuld met de prachtige en nu complete versie van de Mallarmé Liederen van Jan-Peter Wagemans.
Foto’s (Muziekgebouw aan ‘t IJ) © Susanne Vermeulen
Overzicht
Maak een selectie