Recensies
Recensies: Messiaen
02.12.2008“Jubel en gewijde stilte bij Messiaen”
Door Winand van de Kamp in AD/Haagse Courant en Jochem Valkenburg in het NRC Handelsblad, beide van 17 november 2008
“Jubel en gewijde stilte bij Messiaen”
“Oogverblindend klonk zaterdagavond het slot van Et expecto resurrectionem mortuorum van Messiaen. Je hoefde niet in kleuren te kunnen horen - zoals de componist zelf wel deed - om verzengd te worden door de felle tinten waarmee hij de wederopstanding verklankte.
De geest van Messiaen waarde dit weekeinde door Den Haag. Het Residentie Orkest eerde de honderd jaar geleden geboren maître. In twee concerten van anderhalf uur klonken zeven stukken. Het programma leverde hevige contrasten op in stijl en sfeer. Religieuze gloed en muzikale virtuositeit, avant-gardistische complexiteit en makkelijk in het gehoor liggende melodieën naast elkaar. In Trois petites liturgies de la Présence Divine wordt een eenvoudige melodie van het koor omkranst door strijkers en het onaardse geluid van de Ondes Martenot (een elektronisch instrument). Een ander zou in zoetige sentimentaliteit zijn ontaard, bij Messiaen is het weergaloos mooi, geflankeerd door jubelzang en complexe akkoorden. Pianist Ralph van Raat doorsneed met harde vogelklanken zacht verglijdende lijnen. [...]
De leden van het Residentie Orkest brachten hun vaak extreem virtuoze partijen met spetterende kleuren. En het Nederlands Kamerkoor zong puur en glashelder in O Sacrum Convivium en Cinq Rechants. Dirigent Reinbert de Leeuw is de best denkbare gids door Messiaens wereld. Nooit wordt bij hem kunst kitsch. En hoe langzaam ook, de muziek verliest nergens zijn spankracht. De Leeuw gelooft hoorbaar heilig in elke noot van Messiaen. De gewijde stilte waarin het eerste concert begon en de jubel van het publiek na afloop spraken boekdelen.”
Winand van de Kamp in AD/Haagse Courant van 17 november 2008
“Het orkest is een orgel bij Messiaen”
[...] Het Nederlands Kamerkoor, dat dreigt zichzelf op te heffen na enorm te zijn gekort, leverde een al even uitmuntende bijdrage, zowel collectief (O Sacrum Convivium) als in de solistische passages van Cinq Réchants (1948).
In Trois petites liturgies werden de dames van het Nederlands Kamerkoor aangevuld met enkele meisjes van het Nationaal Jeugdkoor, wat de engelachtige klank ten goede kwam. Wel leken koor en orkest het onderling én intern af en toe niet helemaal eens over hoever er ná de slag van De Leeuw moest worden ingezet, wat tot enkele schoonheidsfoutjes leidde.
Die mochten echter niet verhinderen dat het werk onder leiding van een haast extatische De Leeuw eindigde in de allerhoogste tederheid, los van alle aardse beslommeringen.”
Jochem Valkenburg in het NRC Handelsblad van 17 november 2008
Overzicht
Maak een selectie