Recensies

Recensies: Schütz en Distler

09.10.2008

“Koor met direct roerende muziek”
Recensies uit het NRC-Handelsblad, de Meppeler Courant, De Telegraaf en het Eindhovens Dagblad

“Niet glamoureus, niet ‘sexy’ geprogrammeerd, niet geleid door een wereldberoemd dirigent. Het programma waarmee het Nederlands Kamerkoor deze week onder koorleider Klaas Stok toert, is een schoolvoorbeeld van ‘gewoon’ goed. Het is het soort programma waarin het Kamerkoor zijn eigenheid en solistische kwaliteiten bewijst: 17de-eeuwse koorwerken van Schütz worden doorsneden met 20ste-eeuwse ‘Geistlliche Chormusik’ van Hugo Dister; evenzeer kleurrijk en in polyfone opzet naar Schütz terugwijzend. [...]
Harmonisch geraffineerde, direct roerende muziek die in Führwahr, er trug unsere Krankheit zowel de tekst (Jesaja 53, 4-5) navoelbaar maakte als ook Distlers eigen slagen en plagen ten tijde van het nationaal socialisme.
Klaas Stok benaderde zowel Schütz als Distler met een innemend naturel. Frasen kregen de ruimte, meerstemmigheid bleef helder en effectzucht werd op maximale afstand gehouden. Een beetje meer achteroverleunen in de geboden weelderigheid had soms best gemogen.”

Mischa Spel in het NRC-Handelsblad van 4 oktober 2008

“Muzikale uitersten raken elkaar in hun emotie”

[...] “In het knap opgezette programma zat tekstueel een verhaal verborgen. Het motet ‘Singet dem Herrn ein neues Lied‘ vormde het kader. Aan het begin als motet van Schütz, aan het eind in een zetting van Distler. Daartussen motetten over lofprijzing, angst, dood en opstanding in het licht van Pasen en hoopvolle verwachting. Klaas Stok die de kerk en de akoestische werking heel goed kent, maakte daar dankbaar gebruik van. In het motet van Schütz ‘Nun danket alle Gott‘ klonk het uitbundige ‘Alleluja‘ van drie kanten. Zo werden meer motetten uitgevoerd, vaak met twee violen, een rijk bezette continuopartij en vanuit twee dan weer vanuit drie plaatsen gezongen.
[...]
Klaas Stok is de ideale koordirigent, inspirerend met brede armgebaren voor de zangers, met kleine aanwijzingen voor de instrumentalisten, maar altijd naturel. [...] Meer nog dan Schütz zocht Distler de expressie in de klankuitbeelding van de tekst. Bij hem zijn samenklanken die in het verleden als dissonanten werden gehoord nu een middel tot benadrukken van het woord. Het was een bijzondere ervaring om deze muziek te ondergaan. Heeft Distlers orgelmuziek vaak een nerveuze ondertoon, van de vocale muziek gaat rust uit door de expressieve tekstbehandeling. In het ingetogen a capella gezongen ‘Ich wollt dasz ich daheim war‘ hoorden we iets van de depressieve Distler doorklinken. Van de man die na een treurige jeugd de nazi-dreiging niet langer aankon en in 1942 het leven verliet.
Op een enkel schoonheidsfoutje na, een te duidelijke stembreuk bij een van de zangers in ‘Dialogo per la Pascua‘, was het alleen maar genieten. Van het feilloos spelende instrumentale ensemble en van zangers die zowel in een kleine bezetting als in het voltallige ensemble de aandacht vasthielden. Hoe men in de 17e eeuw thuis musiceerde, hoorden we in de toegift. Een eenvoudige koorzetting van Schütz, een orgeltje dat als een blokfluit klonk, een violiste die dat alles omspeelde. Muziek uit een voorbije tijd.
Het NKK trekt met dit programma door het land en was deze avond tevens gast in het groots opgezette festival ‘Vocaal Drenthe‘. De Stichting Vrienden van de Grote-of Mariakerk had hierdoor een bijzonder openingsconcert van het seizoen. Een concert dat nog lang in het muzikale geheugen zal naklinken. “

Marjan Doorn in de Meppeler Courant van 6 oktober 2008

“Smaakvol dubbelportret Schütz en Distler”

“Als kerkmusicus van lutherse huize raakte Distler zo gebiologeerd door zijn illustere voorganger uit de vroege barok, dat hij zich onverbloemd aan hem spiegelde. Zo dragen zijn bundels met religieuze muziek dezelfde titels als die van Schütz. Ook vakinhoudelijk liet Distler zich beïnvloeden, maar niet op een slaafse of academische manier. Hij wist historische principes op ongeforceerde wijze in een persoonlijke stijl te integreren. Zoals de werken van Schütz in hun schijnbare eenvoud rechtstreeks tot het hart spreken, zo doet het gematigd moderne idioom van Distler dit ook. Huiveringwekkend intens zijn de onbestemde harmonieën in ‘Führwahr, er trug unsere Krankheit’. Distler componeerde het kort voordat hij in 1942, even verscheurd als de wereld om hem heen, een einde aan zijn leven maakte.”

Thiemo Wind in De Telegraaf van 7 oktober 2008

“Het Nederlands Kamerkoor ia vooral zo goed omdat het dúrft te zingen. Natuurlijk klopt het allemaal, is het technisch in orde, zuiver, gelijk en precies, maar dat heeft allemaal weinig waarde als er niet expressief wordt gezongen.
Onder leiding van Klaas Stok, die met zijn inspirerende lichaamstaal de juiste beweging aanbracht, werden de muzikale lijnen vloeiend aaneengeregen. Vanuit een diep tekstbewustzijn bracht het koor de juiste dictie aan, ontwikkelde het een gefocust en dynamisch klankbeeld, benutte het niet alleen de klinkers, maar op aangrijpende wijze ook de medeklinkers. Alsmaar herhaalde woorden als “Führwahr” en “Sie ruhen” kregen op deze wijze gebracht diepe betekenis.
“Dialogo per la Pasqua”, en “Ich weiss, dass mein Erlöser lebet” van Heinrich Schütz, ‘Dass is je gewisslich wahr’ en ‘Singet dem Herrn ein neues Lied’ van Hugo Distler… wat een rijke, diepdoorvoelde, vertrouwende muziek. Het koor werd toegewijd begeleid door Holland Baroque Society, dat vanuit dezelfde bezielde visie mee ademde.”

Marjolein Sengers in het Eindhovens Dagblad van 14 oktober 2008

Share |

Overzicht

Maak een selectie

Filter op maand
Filter op soort