De Finse componist Einojuhani Rautavaara weet ons in Vigilia te bezweren. Hij trakteert op gefluister, magie, dialoog, voor- en nazang, stralende sopranen, grommende bassen en alle schakeringen daartussen. Zijn Vespers en Metten fonkelen in de lyrische Finse taal als gouden mozaïeken en iconen in een Byzantijnse kerk. Begin jaren zeventig vroeg het Helsinki Festival drie componisten om vernieuwende kerkmuziek voor zowel de Lutherse, als de Orthodoxe als de Katholieke dienst. Hoewel zelf een niet praktiserend Lutheraan, stortte Rautavaara zich met hart en ziel op muziek voor de bewierookte Fins-Orthodoxe dienst van de Oespenski kathedraal. Waar kwam die fascinatie toch vandaan?

Einojuhani Rautavaara's inspiratiebron
Waar kwam zijn fascinatie met de Fins-Orthodoxe traditie vandaan?
Een jongen uit Kallio
Rautavaara groeide op in Kallio, nu een hippe buurt in Helsinki, destijds een arbeiderswijk. Vader Eino, gewezen operazanger en werkzaam als cantor-organist in de Lutherse kerk van Kallio, bezweek aan de gevolgen van kanker op 7 augustus 1939. Zijn moeder Elsa werkte in de wijk als sociaalvoelend arts. Eind november 1939 volgde de massale Russische aanval op de oostflank van Finland, waaronder Karelië. Samen moesten ma en zoon het rooien in oorlogstijd. Tijdens de Winter-Oorlog sleurde Elsa haar jongen mee naar menig veldhospitaal. Op de meest afgelegen plekken van Finland moest ze als arts gewonden soldaten zien te redden, Morfine hielp haar de rauwe stress de baas te blijven. Uitputting en verslaving leidde op 16 april 1944 tot haar vroege tragische dood.

Bij tante Hilja in Turku
Zoonlief werd als weeskind van zestien ondergebracht bij Elsa's zus, zijn tante Hilja. Zij was oogarts, eerste vrouwelijke professor aan de universiteit van Turku, en derde vrouw ooit (!) onder professoren in Finland. Ze werkte minstens zo hard als de mannen. Rautavaara kreeg alle vrijheid. Gretig verslond hij een Finse reeks boeken over grote componisten en begon hij pianolessen bij Astrid Joutseno (1899-1962). Joutseno liet zijn ongeschoolde vingers vrijelijk dwalen door avontuurlijke stukken van Debussy, Ravel en Bartók. Toonladders en etudes bleken niet haar ding. Van romantisch-klassiek repertoire zou hij pas veel later kennisnemen. Een oude vriend van zijn pa spijkerde hem bij in muziektheorie. Negentien jaren jong wist Rautavaara: ik wil componist worden.
New York, New York
Een studie compositie aan de Sibelius Academie van Helsinki bleek al snel een springplank voor de Verenigde Staten. Een werk voor koperblazers en slagwerk viel in de prijzen in Cincinatti. Sibelius, negentig jaar oud, ritselde een studiebeurs van de Koussevitzky Music Foundation waarmee Rautavaara zich kon zich laven aan harmonielessen van Vincent Persichetti op de The Juilliard School in New York. Compositie kreeg hij op Tanglewood van Aaron Copland en Roger Sessions.
Iconen straalden hem tegemoet
Cruciaal bleek een bezoek aan de New York Public Library. Door heimwee gedreven stuitte zijn handen op een klein maar fijn Europees boek. Hij sloeg het open: iconen straalden hem van de pagina's tegemoet, zinderend van intense kleuren. Geestdriftig begon hij deze aan de piano 'over te schilderen in muziek', zoals hij het zelf noemde. Elke dag één prent. Ikonit (1955) voor piano solo was het resultaat. De zes delen van de suite weten het mystieke karakter van de orthodoxe wereld raak te treffen. De Byzantijnse prenten hadden een jeugdherinnering in hem wakker geschud.

Het klooster van Valaam
Zomer 1939. Karelië en het in de twaalfde eeuw gestichte klooster op de Valaam-archipel in het uitgestrekte Ladogameer waren nog Fins grondgebied. Vader en moeder leefden nog. Rautavaara voer met ze op een kleine stoomboot vanuit de haven van Sortavala naar het klooster op de eilanden. Aan boord hing de kleine jongen rond op het dek bij de boeg, turend door de grijze nevel. Plotseling blies de wind de mistflarden uiteen. De zon brak de door en het leek wel alsof de eilanden in de lucht zweefden! 'Kleurrijke koepels en torentjes verschenen tussen de bomen', wist Rautavaara zich tot op hoge leeftijd te herinneren. Klokgelui klonk van laag tot twinkelend hoog en schril. 'De wereld vulde zich met klank en kleur.' Een paar dagen verbleef het gezin in de abdij, ondergebracht in een kloostercel. De jongen kreeg volop de kans zich te verbazen over de mystieke sfeer. De hoge gewelfde plafonds van de abdijkerk, sculpturen van koningen en engelen, iconen van heiligen. Monniken met lange baarden schreden in zwierende zwarte soutanes door de witte kloostergangen, prevelend in een vreemde taal. Overal klonk muziek...

Begin jaren zeventig. Ruim vijftien jaar na zijn pianowerk Ikonit. Opnieuw kan Rautavaara putten uit die mooie jeugdherinnering. De bisschop van Helsinki en diens priesters maken hem wegwijs in de orthodoxe liturgie. Binnen twee jaar levert hij vier uur aan doorgecomponeerde muziek voor de nachtwake, geleid door een priester, diaken en lector. Die eerste versie van de Vespers en Metten voltooide Rautavaara in 1971 en 1972. Plaats van handeling: de Oespenski kathedraal van Helsinki, met zijn imposante gouden koepels. Bij binnenkomst valt je bij alle iconen en muurschilderingen de mond open van verbazing. Oespenski staat voor 'de ontslapenis van de Moeder Gods'. Maria's overlijden en hemelvaart nemen een belangrijke plaats in bij de vieringen in de Orthodoxe kerk. Rautavaara's Vespers klonken er voor het eerst op 29 augustus, de dag van het kerkelijk jaar waarop traditioneel Sint Johannes de Doper wordt herdacht. Gezien de 29ste in 1971 op zondag viel, werd het thema van de Herrijzenis van Christus in de dienst opgenomen. Het verklaart inhoud en samenstelling van deze relatief beknopte concertversie, waar Rautavaara tot in 1996 (!) aan bleef schaven.
Huib Ramaer
